Geschiedenis

Geschiedenis

Het kindertehuis Enfant Haïtien Mon Frère (EHMF) is van de Haïtiaanse Pater Lespinasse. Hij erfde van zijn ouders een groot herenhuis en stelde dat beschikbaar voor de opvang van verlaten of ouderloze kinderen. Het kindertehuis ligt in het centrum van Port-au-Prince aan de Avenue Christophe 141. Manmita had vanaf dag één de dagelijkse leiding. Zij is inmiddels 90 jaar oud en heeft jarenlang als moeder het hele tehuis gerund. Nu heeft haar dochter Rolande de leiding overgenomen. Rolande is advocate en woonde 22 jaar in Canada. Na haar scheiding ging ze terug naar Haïti om het werk van haar moeder over te nemen.

In het tehuis worden zestig kinderen opgevangen. Zij blijven daar wonen totdat zij zich als volwassenen zelf kunnen redden. Helaas is dat voor velen niet mogelijk door de ellendige economische toestand in Haïti. Vaak blijven de kinderen als ze volwassen zijn nog steeds afhankelijk van het tehuis. Kinderen van wie de ouders onbekend zijn, kwamen in het verleden voor adoptie in aanmerking. Dat is de laatste jaren veel moeilijker geworden. Er moest smeergeld betaald worden om de procedure in een redelijke tijd afgerond te krijgen. Pater Lespinasse heeft dat altijd geweigerd, waardoor de formaliteiten soms jarenlang duurden.

Altijd vol
Adoptie naar Nederland komt vanuit dit tehuis niet meer voor, wel naar andere landen zoals Canada, Amerika en België. Het tehuis is altijd vol. Steun van de overheid is er niet. In 1982 is contact gelegd met een aantal Nederlanders, die sindsdien hun schouders er onder hebben gezet om de kinderen in het tehuis een beter toekomst perspectief te geven. In 1988 richtten ze de Stichting Kinderen van Haïti op.

Opgeknapt
In al die jaren is het tehuis zowel van binnen als van buiten volledig opgeknapt; douches, toiletten, zonnecollectoren, watervoorzieningen en waterpompen, alles werd betegeld, de slaapkamers werden ingericht, de keuken van gasfornuizen voorzien, er werd gezorgd voor nieuwe auto’s, enz. Kinderen kregen zo nodig speciale medische zorg. De school, die op het terrein staat en ook onder de stichting valt, is uitgebreid en opgeknapt. UNICEF betaalde de salarissen van de leerkrachten. Op deze school kwamen naast kinderen van het tehuis ook kinderen uit de wijk. Één keer per dag kregen zij op het schooltje een maaltijd. Vaak was dit het enige voedsel dat zij binnenkregen.

Prima verzorgd
Enige tijd voor de aardbeving in 2010 is de Stichting Kinderen van Haïti opgeheven en overgedragen aan een Belgische organisatie. Het tehuis zag er prima verzorgd uit. De kinderen kregen voldoende te eten, medische verzorging, onderwijs en alle aandacht. Kinderen die konden leren werden verder geholpen, tot aan de universiteit toe. Zo is het huis huis in goede staat overgedragen.

Aardbeving
Het huis is nu door de aardbeving van januari 2010 gedeeltelijk beschadigd en bepaalde delen zijn niet bruikbaar. Drie oudere kinderen die apart woonden, zijn omgekomen. Ook van Pater Lespinasse is niets meer vernomen. Hij woonde in het groot seminarie , de plek waar alles is verwoest. Iedereen vreesde dat deze aimabele man onder het puin lag. De kinderen waren gek op hem. Als hij binnenkwam, liepen ze juichend op hem af. Helaas moeten we berichten dat ook Pater Lespinasse de ramp niet heeft overleefd.

Ontstaan van de stichting

Stichting Vrienden van Haiti is ontstaan na het eerste bezoek van Aline Holten aan Haiti in 2006. Aline is een van de kinderen die vanuit het kinderhuis is geadopteerd en iets wilde doen voor de “ achterblijvers”. Vrienden en kennissen verzamelden geld en goederen  om een handje te helpen.
Door de aardbeving van 2010 staken vele nieuwe vrienden de hand uit om samen het kindertehuis weer draaiende te krijgen. De stad is door de verwoestende aardbeving onleefbaar en onveilig voor kinderen geworden.  Stichting Vrienden van Haiti bouwt een nieuw kinderdorp net buiten de stad met de lange termijngedachte, het huis selfsupporting en duurzaam te maken.
Met uw hulp hopen we de “achterblijvers” een toekomst van hoop, veiligheid en zelfstandigheid te bieden.